Gasthuisstraat 30 8520 Kuurne 056 71 10 32 centrumschool.kuurne[at]telenet.be
schoolreglement

Gewoon Basisonderwijs

 

 

Gewoon Basisonderwijs

SCHOOLREGLEMENT

 

 

 

Gemeentelijk Basisonderwijs

Kuurne

 

Pienter

Centrumschool

Wijze

 

 

September 2015

 

Hoofdstuk 1                   Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2                   Procedure van inschrijving en schoolverandering

Hoofdstuk 3                   Engagementsverklaring

Hoofdstuk 4                   Sponsoring

Hoofdstuk 5                   Kostenbeheersing

Hoofdstuk 6                   Extra-murosactiviteiten

Hoofdstuk 7                   Huiswerk, agenda’s, rapporten, evaluatie en schoolloopbaan

Hoofdstuk 8                   Afwezigheden en te laat komen

Hoofdstuk 9                   Schending van de leefregels, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve  uitsluiting  

Hoofdstuk 10                 Getuigschrift basisonderwijs

Hoofdstuk 11                 Onderwijs aan huis

Hoofdstuk 12                 Schoolraad, ouderraad en  leerlingenraad

Hoofdstuk 13                 Leerlingengegevens en privacy

Hoofdstuk 14                 Algemeen rookverbod

Hoofdstuk 15                 Campus

Hoofdstuk 16                 Schorsing van de lessen wegens bepaalde omstandigheden

Hoofdstuk 17                 Grensoverschrijdend gedrag

Hoofdstuk 18                 Overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier 

Hoofdstuk 19                 Keuze van de levensbeschouwelijke vakken

Hoofdstuk 20                 Vrijstelling wegens een bepaalde handicap

Hoofdstuk 21                 Klachtenprocedure

Hoofdstuk 22                 Medicatie

Hoofdstuk 23                 Slotbepaling

 

 

 

Hoofdstuk 1       Algemene bepalingen

Artikel 1

De ouders ondertekenen het schoolreglement met inbegrip van de afsprakennota én het pedagogisch project van de school voor akkoord. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.

Het schoolreglement, met inbegrip van de afsprakennota, worden door de directeur voorafgaand aan elke inschrijving van de leerling schriftelijk of via elektronische drager (schoolwebsite, e-mail, …) aan de ouders ter beschikking gesteld. Bij elke wijziging van het schoolreglement informeert de directeur de ouders schriftelijk of via elektronische drager en met toelichting, indien de ouders dit wensen. De ouders verklaren zich opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar. Ouders die erom vragen, kunnen steeds een papieren versie van het schoolreglement krijgen. De school vraagt de ouders of ze ook een papieren versie van het schoolreglement en/of eventuele wijzigingen wensen en stelt deze ter beschikking.

Artikel 2

Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.

Artikel 3

 

Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:

 

1.       Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs.

 

 

2.    Extra-muros activiteiten: activiteiten van één of méér schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.

 

3.    Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.

 

4.    Regelmatige leerling:

 

–   voldoet aan de toelatingsvoorwaarden of wijkt hiervan wettelijk af

–   is slechts in één school  ingeschreven, behalve als het kind ingeschreven is in een ziekenhuisschool       (type 5)

–   is aanwezig en neemt deel aan de onderwijsactiviteiten, behalve bij gewettigde afwezigheid of wettelijke vrijstelling (deelname aan een taalbad wordt als zodanig beschouwd)

 

5.  Toelatingsvoorwaarden:

 

Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn. Als een kleuter, op het moment van de inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdagen:

–     de eerste schooldag na de zomervakantie;

–     de eerste schooldag na de herfstvakantie;

–     de eerste schooldag na de kerstvakantie;

–     de eerste schooldag van februari;

–     de eerste schooldag na de krokusvakantie;

–     de eerste schooldag na de paasvakantie;

–     de eerste schooldag na Hemelvaart.

  

Om in het lager onderwijs toegelaten te worden, moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van lopende schooljaar én ten minste het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest.

 

Als de kleuter geen 220 halve dagen of meer aanwezig is geweest, dan moet de klassenraad zijn toelating geven om te kunnen starten in het lager onderwijs

De beslissing en motivatie wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10 schooldagen na de eerste schooldag van september of de inschrijving.

 

Uitzonderingen:

–     Een leerling die een jaar te vroeg wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven, na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad die zich baseert op observaties, interne opvolging, advies en overleg met CLB, testen, oriënterende gesprekken met leerling/ouders…Het beslissingsrecht van de ouders vervalt hier.

De beslissing en motivatie wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10 schooldagen na  de eerste schooldag van september of de inschrijving.

–     Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.

 

 

6.       Leerlingen: de personen die regelmatig zijn ingeschreven in de onderwijsinstelling.

 

7.       Leerlingengroep: een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt.

 

8.       Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.

 

9.       Pedagogisch project: het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door een schoolbestuur voor een school en haar werking wordt bepaald.

 

10.    School: het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur.

 

11.    Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de sch(o)ol(en) van de gemeente, nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.

 

12.    Schoolraad: is een officieel inspraakorgaan waarin ouders, personeel, en personen van de lokale gemeenschap vertegenwoordigd zijn.

 

13.    Werkdag: weekdagen van maandag tot vrijdag, met uitzondering van feestdagen en dagen die vallen tijdens de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie.

 

14.    Schooldag: een dag waarop leerlinggebonden activiteiten georganiseerd zijn, met uitzondering van zaterdag, zondag en de schoolvakanties.

 

 

Hoofdstuk 2       Procedure van inschrijving en schoolverandering

Artikel 4        Capaciteit

 

1.         Het schoolbestuur bepaalde de capaciteit voor de drie scholen/vestigingsplaats per niveau:
 

  lager kleuter
Boudewijn 150 56
Centrum 350 175
Boudewijn

Vestigingsplaats Pienter

150 100

Artikel 5       Toelatingsvoorwaarde

 

 

1.      Toelatingsvoorwaarden kleuteronderwijs

Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn.

Als een kleuter, op het moment van inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het gewoon basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdata:

–        de eerste schooldag na de zomervakantie;

–        de eerste schooldag na de herfstvakantie;

–        de eerste schooldag na de kerstvakantie;

–        de eerste schooldag van februari;

–        de eerste schooldag na de krokusvakantie;

–        de eerste schooldag na de paasvakantie;

–        de eerste schooldag na Hemelvaart.

Artikel  6       Weigering

 

1.    Het schoolbestuur weigert de inschrijving in volgende gevallen:

–       als de leerling niet voldoet / zal voldoen aan de toelatingsvoorwaarden (zie artikel 3) op de dag dat hij op school instapt

 

–       als de ouders van de leerlingen niet instemmen met het schoolreglement en/of pedagogisch project van de school

 

–       als een inschrijving tot doel heeft dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan

 

–       wanneer de capaciteit overschreden wordt (zie artikel 5)

 

2.    Het schoolbestuur kan de inschrijving van een leerling weigeren

 

–       Als een leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar omwille van een tuchtprocedure definitief werd uitgesloten, kan het schoolbestuur de inschrijving van een leerling weigeren.


Procedure bij weigeren

Bij een geweigerde inschrijving worden ouders schriftelijk op de hoogte gebracht door de directeur. Deze brief wordt binnen de vier kalenderdagen aangetekend aan de ouders bezorgd .

 

Wat kunnen ouders doen bij een niet-gerealiseerde inschrijving?

 

a)       Uitleg vragen aan de directeur

b)       Uitleg  vragen aan het Departement Onderwijs:

Marieke Smeyers

02/ 553 92 41

Vraag om bemiddelingshulp :

Veerle Van de Velde

02/553 92 07

 

c)        Klacht indienen :

Ouders kunnen binnen de dertig kalenderdagen na de vaststelling van de weigering  klacht indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten op het volgende adres:

 

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Secretariaat van de Commissie inzake Leerlingenrechten
Koning Albert II-laan 15, lokaal 4M02
1210 Brussel

 

Een klacht die na dertig kalenderdagen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten ingediend wordt, wordt niet meer behandeld

 

3.    Inschrijving onder ontbindende voorwaarde

Een leerling met een attest buitengewoon onderwijs , uitgezonderd het attest type 8, kan ingeschreven worden onder de ontbindende voorwaarde van onvoldoende draagkracht binnen het schoolteam. In voorkomend geval zal het schoolteam de onvoldoende draagkracht aantonen na horen van de ouders en CLB. Het schoolteam motiveert de beslissing binnen de vier werkdagen na het beëindigen van de periode nodig voor overleg. De leerling heeft tot de dag van de beslissing het statuut van ingeschreven leerling.

 

Procedure bij weigering :

 

Als een inschrijving onder ontbindende voorwaarde op basis van een verslag voor het buitengewoon onderwijs niet wordt gerealiseerd, start er automatisch een bemiddeling met de ouders en de school om een oplossing voor de geweigerde leerling te zoeken. Met de ouders en de school wordt daarover contact opgenomen.

Artikel 7       Schoolverandering

 

De verantwoordelijkheid voor het veranderen van school in de loop van een schooljaar ligt bij de ouders. Minstens één ouder en de directeur van de nieuwe school ondertekenen het document schoolverandering. De nieuwe inschrijving is rechtsgeldig de eerste schooldag na deze mededeling.

 

 

Bij schoolverandering deelt de school het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid van het lopende schooljaar mee aan de nieuwe school samen met een uitwisseling van relevante leerlinggegevens.

 

Schoolverandering van het gewoon naar het buitengewoon basisonderwijs kan onmid­dellijk zodra de ouders over een inschrijvingsverslag beschik­ken.

 

 

Hoofdstuk 3       Engagementsverklaring

Artikel 8

1.      Oudercontacten

 

De school organiseert op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.

De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.

 

In de infobrochure staan de concrete data.

 

2.    Voldoende aanwezigheid

 

De ouders zorgen ervoor dat hun kind elke schooldag en op tijd naar school komt.

 

3.    Deelnemen aan individuele begeleiding

 

Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben, werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid van de school.

De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.

 

4.    Nederlands is de onderwijstaal van de school.

 

Ouders moedigen hun kind(eren) aan om Nederlands te leren.

Ouders ondersteunen de initiatieven en de maatregelen die de school neemt om de eventuele taalachterstand van hun kind(eren) weg te werken.

 

Hoofdstuk 4       Sponsoring

Artikel 9

1.      De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.

 

2.      Om de bijdragen van de ouders voor niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.

 

3.      Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.

 

4.      De school zal in geval van dergelijke ondersteuning enkel vermelden dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.

 

5.      De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:

 

a)    1°      deze mededelingen verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;

b)    2°      deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.

 

6.      In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.

 

Hoofdstuk 5       Kostenbeheersing

Artikel 10

1.  Kosteloos

Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt geen bijdrage voor onderwijs gebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.

De school biedt volgende materialen gratis ter beschikking, maar ze blijven eigendom van de school. Dit materiaal blijft op school. Bij verlies of opzettelijk beschadigen dient dit materiaal tegen kostprijs vergoed te worden.

 

Lijst met materialen Voorbeelden
Bewegingsmateriaal Balle    ballen, touwen, (klim)toestellen, driewielers, …
Constructiemateriaal

 

Karton, hout, hechtingen, gereedschap, katrollen, tandwielen, bouwdozen, …
Handboeken, schriften, werkboeken en -blaadjes, fotokopieën, software  
ICT-materiaal

 

Computers inclusief internet, tv, radio, telefoon,…
Informatiebronnen (Verklarend) woordenboek, (kinder)krant, jeugdencyclopedie, documentatiecentrum, cd-rom, dvd, klank- en beeldmateriaal, …
Kinderliteratuur

 

Prentenboeken, (voor)leesboeken,  kinderromans, poëzie, strips, …
Knutselmateriaal Lijm, schaar, grondstoffen, textiel, …
Leer- en ontwikkelingsmateriaal Spelmateriaal, lees- en rekenmateriaal, denkspellen, materiaal voor socio-emotionele ontwikkeling, …
Meetmateriaal Lat, graadboog, geodriehoek, tekendriehoek, klok (analoog en digitaal), thermometer, weegschaal, …
Multimediamateriaal

 

Audiovisuele toestellen, fototoestel, casetterecorder, dvd-speler, …
Muziekinstrumenten Trommels, fluiten, …
Planningsmateriaal Schoolagenda, kalender, dagindeling, …
Schrijfgerief Potlood, pen, …
Tekengerief Stiften, kleurpotloden, verf, penselen, …
Atlas, globe, kaarten, kompas, passer, tweetalige alfabetische woordenlijst, zakrekenmachine

 

 

 

2.       Scherpe maximumfactuur

 

Het schoolbestuur kan echter een beperkte bijdrage vragen voor kosten die ze maakt om de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen te verlevendigen.

Dit gebeurt steeds na overleg met de schoolraad.

Het gaat over volgende bijdragen :

a)     de toegangsprijs voor het zwembad, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor   de toegangsprijs door de Vlaamse Gemeenschap wordt gedragen;

b)     de toegangsprijs bij pedagogisch-didactische uitstappen;

c)     de deelnamekosten bij eendaagse extra-murosactiviteiten;

d)     de vervoerskosten bij pedagogisch-didactische uitstappen, eendaagse extra-murosactiviteiten en zwemmen, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de vervoerkosten naar het zwembad door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen;

e)     de kosten voor occasionele activiteiten, projecten en feestactiviteiten;

 

Maximumbijdrage per schooljaar:

a)     kleuteronderwijs : 45 euro

b)     lager onderwijs: 85 euro

 

Deze concrete bijdrageregeling volgens de scherpe maximumfactuur wordt opgenomen in de jaarlijkse afsprakennota.

 

3.        Minder scherpe maximumfactuur

 

Voor meerdaagse extra-murosactiviteiten kan enkel in de lagere school een bijdrage gevraagd

worden. Dit gebeurt na overleg met de schoolraad.

 

Deze bijdrage mag maximaal 410 euro bedragen voor de volledige schoolloopbaan lager onderwijs.

 

Deze concrete bijdrageregeling volgens de minder scherpe maximumfactuur wordt opgenomen in de jaarlijkse afsprakennota.

 

4.        Bijdrageregeling

 

De school kan volgende diensten en materialen aanbieden tegen betaling:

 

a)   vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten (o.a. Stichting Vlaamse Schoolsport);

b)   buitenschoolse opvang;

c)    middagtoezicht;

d)   maaltijden en dranken;

e)   abonnementen voor tijdschriften;

f)    nieuwjaarsbrieven;

g)   klasfoto’s;

h)   steunacties.

 

Deze bijdrageregeling wordt opgenomen in de jaarlijkse afsprakennota.

 

De ouders kiezen of ze hier gebruik van maken of niet. De school gebruikt deze materialen/diensten niet in haar activiteiten en lessen.

5.        Basisuitrusting

 

De school verwacht dat de leerlingen over volgende zaken beschikken. De basisuitrusting valt ten laste van de ouders.

 

Kleuter Lager
Klas Wat Klas Wat
K0 boekentas 1 Boekentas, sportschoenen/turnpantoffels
K1 boekentas 2 boekentas, sportschoenen/turnpantoffels
K2 boekentas 3 boekentas, sportschoenen/turnpantoffels
K3 boekentas 4 Boekentas, sportschoenen/turnpantoffels
  5 boekentas, sportschoenen/turnpantoffels
6 boekentas, sportschoenen/turnpantoffels

 

De school verwacht van de leerlingen een uniforme turnkledij, bepaald door de school. Deze regeling is goedgekeurd door de schoolraad. De concrete kosten worden opgenomen in de jaarlijkse afsprakennota.

 

 

Hoofdstuk 6       Extra-murosactiviteiten

 

Artikel 11

Extra-murosactiviteiten zijn activiteiten van één of meerdere schooldagen die plaats vinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.

De school streeft ernaar dat alle leerlingen deelnemen aan de extra-murosactiviteiten, aangezien ze deel uitmaken van het leerprogramma.

De ouders worden tijdig geïnformeerd over de geplande extra-murosactiviteiten.

Ouders hebben echter het recht om hun kinderen niet mee te laten gaan op extra-murosactiviteiten van een volledige dag of meer. Ze moeten deze weigering schriftelijk kenbaar maken aan de school.

Als de leerling niet deelneemt dan moet de leerling toch op school aanwezig zijn. Voor deze leerlingen voorziet de school een aangepast programma.

 

Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder.

 

 

 

Hoofdstuk 7        Huiswerk, agenda’s, rapporten,             evaluatie en schoolloopbaan


Artikel 12      Huiswerk

 

De huiswerken worden genoteerd in het heen-en-weerschrift of de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet, kan de groepsleraar de nodige maatregelen nemen.

Artikel 13      Agenda 

 

In de kleutergroep en in de jongste (twee) leerlingengroep(en) van het lager onderwijs hebben de leerlingen een heen-en-weerschrift.
Vanaf de tweede (derde) leerlingengroep van het lager onderwijs krijgen de leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en mededelingen voor ouders dagelijks genoteerd.
De ouders en de groepsleraar ondertekenen minstens wekelijks de schoolagenda of het heen-en-weerschrift.

 

Artikel 14      Evaluatie en rapport

    

Een synthese van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt, in de loop van het schooljaar, ondertekend terugbezorgd aan de groepsleraar.

Evaluatie is een proces waarbij informatie verzameld wordt over het onderwijsleerproces van kinderen. Deze informatie wordt geïnterpreteerd met het oog op de te nemen beslissingen over de voortgang van dat proces.

De wijze van evaluatie gebeurt op leerlingen-, klas- en schoolniveau. Evaluatie is zowel product- als procesgericht. Elke leerkracht stelt zich als doel ‘hoe helpen we met de evaluatie de leerlingen vooruit?’

Alle partners zijn bij het onderwijsgebeuren betrokken.

Deze evaluatiegegevens en vorderingen worden bij wijze van rapportering weergegeven.  De rapportering viseert alle persoonlijkheidsaspecten door middel van het kindvolgsysteem. Rapportering is bedoeld om informatie te verschaffen en communicatie mogelijk te maken. Verschillende rapporteringsvormen worden gehanteerd.

Binnen de drie gemeentescholen wordt een uniforme weergave nagestreefd.

 

Artikel 15      Schoolloopbaan

 

1.       Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:

–       de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB;

–       een jaar langer in het kleuteronderwijs, na kennisname en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en het CLB

–       het volgen van een achtste leerjaar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij het gunstig advies van de klassenraad en advies van het CLB.

2.       Een leerling die een jaar te vroeg  wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven, na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad. Geeft de klassenraad geen toelating, dan vervalt het beslissingsrecht van de ouders.

 

3.     In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het al dan niet zittenblijven of versnellen van de leerling. Indien de  school die beslist het leerproces van een leerling te onderbreken door deze leerling het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende schooljaar nogmaals  te laten volgen, neemt ze deze beslissing na overleg met het CLB. De beslissing wordt  aan de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht. De school deelt mee welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor de leerling zijn. In het leerlingendossier bewaart de school de adviezen van de klassenraad en het CLB.

 

 


Hoofdstuk 8       Afwezigheden en te laat komen


Artikel 16      Afwezigheden

 

Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid noodzakelijk  voor een vlotte schoolloopbaan. De ouders melden de afwezigheden ook telefonisch aan directie of secretariaat, bij voorkeur voor de start van de schooldag.

 

 

1.       Kleuteronderwijs
Er is geen medisch attest nodig voor afwezigheden van kleuters.

Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs.

 

2.       Lager onderwijs

 

a)    Afwezigheid wegens ziekte:

 

1)    een verklaring van ziekte ondertekend en gedateerd door een ouder. Dit kan hoogstens vier maal per schooljaar worden ingediend. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.

 

2)    een medisch attest:

 

–       als de ouders al vier maal in een schooljaar zelf een verklaring wegens ziekte hebben ingediend;

–       bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;

 

 

b)    Afwezigheid van rechtswege:

 

Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:

–       het bijwonen van een familieraad;

–       het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;

–       de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;

–       het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;

–       de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;

–       het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.

–       het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging als topsportbelofte aan sportieve manifestaties. Maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.

 

 

c)    Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:

 

Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
d)    Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:
In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.
e)    Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie:


Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:

–      een gemotiveerde aanvraag van de ouders;

–      een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;

–      een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;

–      een akkoord van de directie.

 

 

f)     Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden:

 

1)     de afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval, en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.

 

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:

–       een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;

–       een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur  van de revalidatie blijkt;

–       een advies, geformuleerd door het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders;

–       een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden.

Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.

 

2)  de afwezigheid gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen voor de behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose.

 

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:

–        een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;

–        een advies, geformuleerd door het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders;

–        een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag;

–        een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3).

 

In uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders, kan de maximumduur van 150 minuten voor leerplichtige kleuters uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen.

 

Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.

 

g)    Afwezigheden omwille van preventieve schorsing en tijdelijke en definitieve uitsluiting
Een afwezigheid omwille van een preventieve schorsing, een tijdelijke of definitieve uitsluiting en waarbij de school gemotiveerd heeft dat de opvang in de school niet haalbaar is, is een gewettigde afwezigheid.

 

 

 

3.       Problematische afwezigheden
Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder
§ 2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig medisch attest, met name de ‘dixit’ -attesten, geantidateerde attesten en attesten die een niet-medische reden vermelden, worden als problematische afwezigheden beschouwd.

In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen. Vanaf meer dan tien halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB. Het CLB voorziet begeleiding voor de betrokken leerling, in samenwerking met de school.

 

 

 

 

Artikel 17  Te laat komen

 

 

1.       Kinderen moeten op tijd op school zijn. Een leerling die toch te laat komt, meldt zich bij de directie of het secretariaat.

De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind gecontacteerd door de directie/leerkracht. Ze maken hierover afspraken.

 

2.       In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor het einde van de schooldag verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.

 

 

Hoofdstuk 9             Schending van de leefregels,         preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve  uitsluiting

Artikel 18       Leefregels

 

Ouders stimuleren hun kind om de leefregels van de school na te leven. Deze leefregels zijn o.m. terug te vinden in de afsprakennota.

 

Artikel 19      Schending van de leefregels en ordemaatregelen

1.       Indien een leerling door zijn gedrag de leefregels schendt of de goede orde in de school in het gedrang brengt, kunnen maatregelen worden genomen.

 

2.       Deze maatregelen kunnen zijn:

–       een mondelinge opmerking;

–       een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;

–       een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien;

–      

Deze opsomming sluit niet uit dat een andere maatregel wordt genomen, aangepast aan het onbehoorlijk gedrag van de leerling.
Deze maatregelen kunnen worden genomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.

 

3.       Meer verregaande maatregelen kunnen zijn:

–     een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling. De directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien.

 

–     De groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt door de ouders ondertekend voor gezien;

 

–     preventieve schorsing :

 

Een preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur voor een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan hanteren als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is. De leerling mag gedurende maximaal vijf opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De directeur kan, mits motivering aan de ouders, beslissen om die periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De preventieve schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en de school stelt de ouders in kennis van de preventieve schorsing. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

 

4.       Indien vermelde maatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleraar, de zorgcoördinator en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.
Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.

 

5.       Tegen geen enkele van deze maatregelen is er beroep mogelijk.

 

Artikel 20      Tuchtmaatregelen: tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen

 

1.       Het onbehoorlijk  gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.

 

2.       Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien de leerling:

–       het verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;

–       de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;

–       ernstige of wettelijk strafbare feiten pleegt;

–       zich niet houdt aan het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;

–       de naam van de school of de waardigheid van het personeel aantast;

–       de school materiële schade toebrengt.

 

3.       Tuchtmaatregelen zijn:

 

a)   Tijdelijke uitsluiting

 

De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

 

b)    Definitieve uitsluiting.

 

De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen.

 

In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

 

4.       Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling wordt afzonderlijk worden behandeld.

 

5.       Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het huidige, vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

 

Artikel 21      Tuchtprocedure

 

1.       De directeur kan beslissen tot een tijdelijke of definitieve uitsluiting.           

 

2.       De directeur volgt daarbij volgende procedure:

 

 

a)    Het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van de intentie tot een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft;

 

b)  De intentie tot een tuchtmaatregel wordt na bijeenkomst van de klassenraad aangetekend aan de ouders bezorgd, binnen de drie schooldagen. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot inzage in het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad, na afspraak.

 

De ouders hebben het recht om te worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon.

 

Dit gesprek moet uiterlijk vijf schooldagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.

c)     De tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten.

 

d)    De genomen beslissing van de directeur wordt schriftelijk gemotiveerd en binnen de drie schooldagen aangetekend  aan de ouders bezorgd. In dit aangetekend schrijven wordt de mogelijkheid vermeld tot het instellen van het beroep, alsook de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben.

Artikel 22      Tuchtdossier

Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.

 

Het tuchtdossier omvat een opsomming van:

de gedragingen

de reeds genomen ordemaatregelen;

de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;

de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;

het gemotiveerd advies van de klassenraad;

het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.

Artikel 23  Beroepsprocedure tegen tijdelijke uitsluiting

1.       Ouders kunnen een beslissing tot tijdelijke uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur.

Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend ingediend worden bij het schoolbestuur.

 

Het beroep:

–      wordt gedateerd en ondertekend

–      vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren.

–      kan aangevuld worden met overtuigingsstukken

2.       Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.

 

3.       De beroepscommissie bestaat uit een delegatie van interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.

 

 

4.       Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:

a)  de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:

1) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;

2) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

b) de bevestiging van de tijdelijke uitsluiting

c) de vernietiging van de tijdelijke uitsluiting.

 

5.     Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd, binnen de drie schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie.

 

6.     Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden tijdelijke uitsluiting van rechtswege nietig.

Artikel 24        Beroepsprocedure tegen definitieve uitsluiting

1.       Ouders kunnen een beslissing tot definitieve uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur.

Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend ingediend worden bij het schoolbestuur.

 

Het beroep:

–      wordt gedateerd en ondertekend

–      vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren.

–      kan aangevuld worden met overtuigingsstukken

2.      Het beroep wordt behandeld  door een beroepscommissie , opgericht door het schoolbestuur.

 

3.       De beroepscommissie bestaat uit een delegatie van externe leden en een delegatie van interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.

 

4.       De voorzitter wordt door het College van burgemeester en schepenen onder de externe leden aangeduid

 

5.       Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:

a) de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:

1) de in het schoolreglement  opgenomen  termijn voor indiening van het beroep is overschreden;

2) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

b) de bevestiging van de definitieve uitsluiting,

 

c) de vernietiging van de definitieve uitsluiting.

 

 

6.     Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd binnen de drie schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie.

 

7.     Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.

8.     Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op.
 

 

 

Hoofdstuk 10     Getuigschrift basisonderwijs

Artikel 25      Het getuigschrift toekennen

Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs uitreiken, op voordracht en na beslissing van de klassenraad
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, of na een beroepsprocedure.

De regelmatige leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien uit het leerlingendossier blijkt dat de leerling bij het voltooien van het lager onderwijs de doelen opgenomen in het leerplan in voldoende mate heeft bereikt.
Artikel 26      Het getuigschrift niet toekennen

 

Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert hij zijn beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de ouders.

 

Ouders die niet akkoord gaan met deze beslissing, kunnen uiterlijk binnen de drie werkdagen een overleg vragen met de directeur De bedoeling van dit overleg is om alsnog tot een overeenkomst te komen zonder dat de formele beroepsprocedure opgestart moet worden.

Dit overleg vindt plaats binnen de twee werkdagen na de aanvraag tot gesprek.

 

De school kan dit overleg niet weigeren en er moet een schriftelijke verslag van gemaakt worden.

In dit verslag wordt meteen opgenomen of de directeur de klassenraad al dan niet opnieuw samenroept.

 

Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing (hetzij om de klassenraad niet bijeen te roepen, hetzij om het getuigschrift niet toe te kennen), dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.

 

Indien de klassenraad bij zijn oorspronkelijke beslissing blijft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders, uiterlijk binnen de drie werkdagen . Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.

 

Artikel 27      Beroepsprocedure

 

1.       Ouders kunnen het niet-toekennen van een getuigschrift door de klassenraad betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen, na voorgaande stappen, zoals beschreven in artikel 26.

Dit beroep moet door de ouders aangetekend en binnen de vijf werkdagen  ingediend worden bij het schoolbestuur.

 

Het beroep:

–      wordt gedateerd en ondertekend;

–      vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren;

–      kan aangevuld worden met overtuigingsstukken;

2.       Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.

 

3.       De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep.

De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.

 

4.       Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:

a)  de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:

1) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;

2) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

b)  de bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs;

c) de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs.

 

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.

 

5.   Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd, gebracht, uiterlijk op 15 september daaropvolgend.

 

In de mate van het mogelijke wordt de beslissing vroeger dan de eerste schooldag van september genomen, zodat de leerling op 1 september het schooljaar kan beginnen.

 

6.   De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

Artikel 28

Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een schriftelijke motivering met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan, en een verklaring met de vermelding van het aantal en de gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie.

Artikel 29

Het meegeven van het getuigschrift en rapport kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de ouders van hun financiële verplichtingen.

 

 

 

Hoofdstuk 11     Onderwijs aan huis

Artikel 30

1.       Het onderwijs aan huis is kosteloos.

 

2.       Een kind dat ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar wordt of ouder is dan vijf, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide, indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:

a)     de leerling is meer dan eenentwintig opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval, of de leerling is chronisch ziek en is negen halve dagen afwezig;

b)     de ouders dienen een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, in bij de directeur. Uit het medisch attest blijkt dat de leerling de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen;

c)     de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste tien kilometer.

 

3.       De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis ,synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide gebeurt door de ouders, per brief of via een specifiek aanvraagformulier. Bij de aanvraag voegen de ouders een medisch attest waarop wordt vermeld:

a)     dat het kind langer dan 21 kalenderdagen afwezig is wegens ziekte of ongeval;

b)     de vermoedelijke duur van de afwezigheid;

c)     dat het kind de school niet kan bezoeken, maar toch onderwijs aan huis mag volgen.

Bij chronisch zieke kinderen volstaat een medisch attest van een geneesheer-specialist met de verklaring dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte en dat de behandeling minstens 6 maanden zal duren.

 

4.       Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken het synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden .

Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.

 

5.       Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.

Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.

 

6.       Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar binnen een termijn van 3 maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd volgens de procedure beschreven in §3, 2e en 3e punt.

 

7        De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.

Hoofdstuk 12      Schoolraad, ouderraad en  leerlingenraad


Artikel 31

 

De schoolraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de volgende geledingen:

a) de ouders;

b) het personeel;

c) de lokale gemeenschap

 

Artikel 32

 

Er wordt een ouderraad opgericht, wanneer ten minste tien procent van de ouders erom vraagt. Het moet gaan over ten minste drie ouders.

De leden van de ouderraad worden verkozen door en uit de ouders. Iedere ouder kan zich verkiesbaar stellen en kan één stem uitbrengen. De stemming is geheim.
 

Artikel 33

 

De school richt een leerlingenraad op als ten minste 10% van de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar er om vragen.

 

 

 

Hoofdstuk 13     Leerlingengegevens en privacy


Artikel 34

 

Meedelen van leerlingengegevens aan ouders

 

Ouders hebben recht op inzage en recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht. Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.

 

Ouders kunnen zich daarnaast beroepen op de wetgeving op openbaarheid van bestuur die voorziet in een recht op inzage, toelichting en/of kopie. Hiertoe richten ze een vraag tot het college van burgemeester en schepenen dat bekijkt of toegang kan worden verleend.

 

Als een volledige inzage in de leerlingengegevens een inbreuk is op de privacy van een derde, dan wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

 

Artikel 35
Meedelen van leerlingengegevens aan derden

De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling.

 

Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen naar de nieuwe school op voorwaarde dat:

 

a) de gegevens enkel betrekking hebben op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan;

b) de overdracht gebeurt in het belang van de leerling;

c) ouders zich niet expliciet verzet hebben, tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt.

De school nodigt ouders hiertoe uit op een overleg waarop de gegevens worden ingekeken en waarop samen overeengekomen wordt welke gegevens worden overgedragen.

 

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.

 

Artikel 36

 

Afbeeldingen van personen

Voor de publicatie van zowel geposeerde (gerichte) als niet-geposeerde, spontane afbeeldingen van leerlingen wordt aan de ouders expliciet een schriftelijke toestemming gevraagd

 

 

 

Hoofdstuk 14     Algemeen rookverbod

Artikel 37

Het is verboden te roken binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten.

 

Bij overtreding van deze bepaling

a)     zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;

b)    zullen ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.

 

 

Hoofdstuk 15     Campus


Binnen elke campus van het gemeentelijk onderwijs wordt gewerkt met herinschrijving. Een leerling die binnen eenzelfde campus van kleuter naar lager overstapt, dient dus opnieuw ingeschreven te worden.

 

Hoofdstuk 16      Schorsing van de lessen wegens bepaalde omstandigheden

Artikel 38      Overmacht

1.       De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep worden geschorst wegens overmacht.
Hieronder verstaat men een onvoorziene niet-toerekenbare plotselinge gebeurtenis die het onmogelijk maakt om de lessen te laten doorgaan.

 

2.       De directeur brengt de ouders hiervan, voor zover mogelijk, schriftelijk op de hoogte.

Artikel 39      Pedagogische studiedagen

3.       De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep maximum anderhalve dag per schooljaar worden geschorst voor het houden van pedagogische studiedagen voor de leraars.

 

4.       Deze studiedagen worden bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.

Artikel 40      Staking

5.       In geval van staking zal het schoolbestuur zorgen voor het nodige toezicht op de leerlingen.
Enkel indien het niet mogelijk is om in voldoende toezicht te voorzien, zullen de lessen worden geschorst.

 

6.       De directeur brengt de ouders schriftelijk op de hoogte van de maatregelen die zullen worden genomen.

Artikel 41      Verkiezingen

7.       De lessen kunnen maximum één dag per schooljaar worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van de verkiezingen zijn gebruikt voor het inrichten van stemopnemingsbureaus.

 

8.       De directeur brengt de ouders hiervan schriftelijk op de hoogte.

 

 

Hoofdstuk 17     Grensoverschrijdend gedrag

Artikel 42

1.       Het schoolbestuur heeft zowel een preventieadviseur psycho-sociale belasting als een vertrouwenspersoon aangesteld die bevoegd zijn voor het ontvangen en opvolgen van klachten over grensoverschrijdend gedrag binnen de school.

 

2.       Hun namen en functies worden bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.

Hoofdstuk 18      Overdracht van het multidisciplinair    CLB-dossier

Artikel 43

1.       Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij het begeleidend CLB.
Dit dossier bevat alle voorhanden zijnde relevante persoonlijke gegevens m.b.t. de leerling.

 

2.       Het CLB is verplicht leerlingen en ouders te informeren over de eventuele overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier in geval van schoolverandering.

 

3.       In geval van schoolverandering in de loop van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf de inschrijving in de nieuwe school.

 

4.       In geval van inschrijving bij de start van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf 1 september van het nieuwe schooljaar.

 

5.       De betrokken ouders of de leerling ouder dan 12 jaar jaar of ouder waarvan vermoed wordt dat hij in staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen, kunnen door middel van een aangetekend schrijven bij de directeur van het CLB ofwel afzien van de wachttijd om de overdracht te bespoedigen, ofwel binnen de 10 dagen na inschrijving in de nieuwe school verzet aantekenen tegen deze overdracht.

 

7.    In geval van verzet zal het CLB enkel de verplicht over te dragen gegevens verzenden naar het nieuwe CLB, met name de medische gegevens en de gegevens m.b.t. de leerplichtcontrole, samen met een kopie van het verzet.
Het CLB bewaart de gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het laatste contact.

 


Hoofdstuk 19      Keuze van de levensbeschouwelijke   vakken

Artikel 44

 

1.       Bij elke inschrijving van hun leerplichtig kind in het lager onderwijs beslissen de ouders, bij ondertekende verklaring:

a)     dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten volgt;

b)     dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.

 

Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, kunnen op aanvraag een vrijstelling bekomen.

 

De ouders zijn verplicht deze keuze te maken bij de eerste inschrijving in de school. Deze verklaring wordt binnen de 8 kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag van inschrijving in de school of vanaf 1 september, afgegeven aan de directeur.
De ouders kunnen bij het begin van elk schooljaar hun keuze wijzigen.

2.       In de kleuterschool wordt geen godsdienst-zedenleer keuze gemaakt tenzij voor die kleuters die verplicht één jaar langer in het kleuteronderwijs verblijven omdat ze niet aan alle toelatingsvoorwaarden lager onderwijs voldoen. De ouders kunnen in dit geval een keuze godsdienst of zedenleer maken. Ze kunnen hun kleuter deze lessen laten bijwonen in onze lagere school (of in school….).

Hoofdstuk 20      Vrijstelling wegens een bepaalde handicap

Artikel 45

Leerlingen met een handicap die gewoon lager onderwijs volgen, maar omwille van hun handicap bepaalde leergebieden of onderdelen ervan niet kunnen volgen, kunnen daarvoor een vrijstelling krijgen indien zij vervangende activiteiten volgen.
De klassenraad beslist, in overleg met het integratieteam, autonoom over de vervangende lessen en activiteiten.

 

 

Hoofdstuk 21     Klachtenprocedure

Artikel 46

1.       Elke ouder kan naar aanleiding van schoolgerelateerde beslissingen of feiten een klacht indienen bij de directeur, op voorwaarde dat er geen specifieke klachtenprocedure is voorzien.
Deze klacht wordt schriftelijk en op gemotiveerde wijze ingediend uiterlijk binnen de zeven kalenderdagen na kennisneming van de beslissingen of feiten.
De directeur doet een schriftelijke ontvangstmelding van de klacht binnen de tien kalenderdagen na ontvangst.

 

2.       Vooraleer verder te gaan met de procedure onderneemt de directeur een bemiddelingspoging met alle betrokkenen. Deze bemiddeling kan bestaan uit een overleg tussen de betrokken ouder(s) en de bevoegde perso(o)n(en), al dan niet in aanwezigheid van de directeur.

 

Als dit overleg niets oplevert, stuurt de directeur de klacht door naar het schoolbestuur. Hij doet dit binnen de tien kalenderdagen na de ontvangst van de klacht.

 

3.       Het schoolbestuur kan het dossier opvragen en/of inlichtingen inwinnen (indien niet in eigen bezit) bij de betrokken school binnen de tien dagen na ontvangst van de klacht.
Het schoolbestuur maakt hiervan in voorkomend geval melding aan de betrokken ouder(s).

 

4.       Het schoolbestuur behandelt de klacht niet indien de klacht kennelijk ongegrond is of de ouder geen belang heeft.
Als de klacht niet in behandeling wordt genomen, wordt de ouder daarvan onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. De weigering om een klacht te behandelen, wordt gemotiveerd.

 

5.       Het schoolbestuur neemt na onderzoek een gemotiveerde beslissing. Deze beslissing wordt binnen de tien kalenderdagen schriftelijk meegedeeld aan de betrokkenen.
Desgevallend doet het schoolbestuur betekening van het besluit waarbij de oorspronkelijke beslissing wordt ingetrokken of hervormd. Deze betekening gebeurt binnen de tien dagen na het nemen ervan.

 

6.       Indien de behandeling van de klacht meerdere weken of maanden in beslag neemt, informeert de directeur regelmatig de betrokken ouder(s) over de stand van het dossier, en dit minstens om de drie maanden.

 

7.       De klachtenprocedure schorst de beslissingen waartegen klacht wordt ingediend niet op.

 

 


Hoofdstuk 22     Medicatie

Artikel 47

1.       De school (alle personeelsleden, middagtoezichters, ….op school die verantwoordelijk zijn voor de kinderen )dient uit eigen beweging geen medicatie toe. Bij ziekte zal ze in de eerste plaats een ouder of een door u opgegeven contactpersoon trachten te bereiken. Indien dit niet lukt en afhankelijk van de hoogdringendheid, zal de school de eigen huisarts, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten contacteren.

 

2.       De ouders kunnen de school verzoeken om medicatie toe te dienen.

De school kan weigeren om medicatie toe te dienen, tenzij:

a) die is voorgeschreven door een arts en:

b) die omwille van medische redenen tijdens de schooluren dient te worden toegediend.

 

Zij doen dit schriftelijk met vermelding van:

– de naam van het kind

– de datum

– de naam van het geneesmiddel

– de dosering

– de wijze van bewaren

– de wijze van toediening

– de frequentie

– de duur van de behandeling

 

c) In overleg met de CLB arts kan het personeelslid  van de school alsnog weigeren medicatie toe te dienen. In onderling overleg tussen de school, het CLB en de ouders wordt naar een passende oplossing gezocht.

 

 

Hoofdstuk 23     Slotbepaling

Artikel 48

Meer specifieke regels en afspraken worden na overleg in de schoolraad opgenomen in de afsprakennota van de school.
Deze regels en afspraken maken integraal deel uit van het schoolreglement.